Van voorganger naar uitvaartleider …

Soms vragen mensen mij of ik het niet mis om voorganger te zijn.

Voordat ik uitvaartleider werd, was ik zeven jaar voorganger. In die periode gaf ik ook leiding aan een zendingsproject in India en schreef ik meerdere christelijke boeken. Maar het leven nam een onverwachte wending. Mijn huwelijk strandde en op mijn pad kwam de uitvaartzorg. Achteraf geloof ik dat niets voor niets gebeurt, want hier vond ik een nieuwe passie. Een plek waar ik mijn liefde voor mensen kwijt kan.

Op een dag begeleidde ik een uitvaart waarbij de familie geen dominee wilde, maar wel behoefte had aan een Bijbellezing, gebed en een uitleg van de Schrift. Iemand uit de familie wist dat ik voorganger was geweest en zei: “Waarom doe jij dat niet, Immanuel? Jij bent toch ook voorganger geweest?”

Sindsdien mag ik met enige regelmaat een uitvaart verzorgen met een dubbele pet op. Naast uitvaartleider mag ik dan ook het kerkelijke gedeelte voor mijn rekening nemen. Niet omdat ik daar zelf om vraag, maar omdat families mij dat toevertrouwen. En eerlijk gezegd vind ik het bijzonder om juist op zo’n kwetsbaar moment iets te mogen delen van de troost die het geloof mijzelf ook geeft.

Soms zijn er uitvaarten die zó dichtbij komen, dat ik mij heel even weer een beetje voorganger voel.

Deze week was zo’n week.

Ik mocht het afscheid begeleiden van een lieve vrouw, moeder en oma. Boven haar rouwkaart stonden de woorden: “Mijn genade is u genoeg.” Voor haar was dat veel meer dan een mooie Bijbeltekst. Het was de basis waarop ze leefde. Ze vertelde haar kinderen niet alleen over haar geloof, ze liet het vooral zien in de manier waarop ze met mensen omging.

Ze was opgegroeid met het beeld van een God van regels en oordeel. Maar gaandeweg ontdekte ze iets heel anders. Een God van liefde. Een Vader die mensen niet afwijst, maar Zijn kinderen noemt. Een God die genade geeft.

En juist daar mocht ik tijdens haar afscheid over vertellen.

Over genade. Dat oude woord dat eigenlijk heel eenvoudig is. Niet krijgen wat je verdient, maar ontvangen wat je nodig hebt.

Wat is het bijzonder om op zo’n moment iets van die hoop te mogen delen. De hoop dat de dood niet het laatste woord heeft. Dat afscheid niet alleen een einde is, maar ook een tot ziens. Dat liefde en genade verder reiken dan de grens van dit leven.

Terug naar die vraag of ik het voorgangerschap mis.

Ja… soms wel.

En soms ook helemaal niet.

Omdat ik geloof dat dit de plek is waar ik nu mag zijn. Misschien niet jarenlang met dezelfde gemeente optrekken, maar een week lang met mensen meelopen op een van de moeilijkste momenten van hun leven.

Heel even naast hen staan.

Hen bij de hand nemen.

Hen troosten.

En, als ze daarvoor openstaan, voorzichtig de richting wijzen op de weg die rouw heet.

Als ik daar iets in mag betekenen, dan kan ik alleen maar dankbaar zijn.

Gerelateerde berichten

Een warme uitvaart… letterlijk én figuurlijk. Mijn hoofd is nog warm… En...

“Rouw went nooit” Mensen zeggen weleens: “Na zoveel jaren zal het toch...

“Als mijn tijd komt, gaat het heel anders…” Jaren geleden, midden in...